Ze zeggen dat het went… dit.
Ze hópen het misschien, diep vanbinnen, dat het dat doet. Sussen ze zichzelf met de gedachte dat dit wel móet wennen, na verloop van tijd…
Dus zeggen ze maar dat het went.

Ik hoop voor hààr dat het went, dit.
Ik hoop het elke keer.
Emla doet haar werk, dan toch bij het aanprikken. En ze doet haar werk goed. Uitstekend zelfs. Twee uur zelfs krijgt Mevrouw Emla om op kruissnelheid te zijn en de huid bovenop en rond de poortkatheter gevoelloos te maken. En ze doet dat dus goed. En hoe pijnloos we ook de daad zelf kunnen maken, des te pijnlijker wordt alle fuss er rond. Ze weet wat er komt. Ze weet dat het niet leuk is om de klever waarmee Mevrouw Emla twee uur lang in toom werd gehouden te verwijderen. Ze vindt het niet fijn als dan met een compress en koud spul met een indringende geur ‘de zone’ wordt ontsmet. Tegen de tijd dat 2 witte handschoenen diezelfde zone aftasten, is het hek helemaal van de dam. Ondanks alle voorbereidingstijd waar ze zélf niet bij aanwezig was, ondanks de vrolijke noot van de verpleegsters die ze ondertussen bij naam kent, ondanks de goedgevulde prikkadootjeskoffer voor straks, ondanks het op-haar-buikje-wrijven en de aanwezigheid van haar mama, ondanks haar inktvisje (haar steun en toeverlaat sinds haar geboorte) in haar directe nabijheid,…
Het duurt te lang. Er komen tranen aan te pas, haar houding verstart. En ze roept. Schreeuwt is een beter woord. Ze wordt gesust, getroost. Ze màg boos zijn, ze heeft er alle reden toe. Haar verdriet krijgt een plek terwijl er bloed wordt afgenomen, terwijl er wordt gespoeld, terwijl het infuus wordt aangekoppeld. Ze vindt een tweede adem en schreeuwt opnieuw de longen uit haar lijf wanneer de naald wordt gefixeerd met een grote klever. Wie buiten de deur van de onderzoeksruimte staat denkt ondertussen dat er een varkentje wordt geslacht hierbinnen.
Gezwind van de tafel af – het kan niet snel genoeg gaan – en duiken in de prikkoffer. Toch zeker voor de volle 5 minuten. Elk cadeautje wordt vastgenomen, bestudeerd, en afgekeurd. Tót ze dé goedmaker van de dag vindt. Een kleinigheidje dat als een trofee vanavond naast de anderen op de kast in haar kamer zal komen te staan.

We kennen het goed, dit scenario. Té goed. We waren al zoveel keer getuige. Van op de eerste rij zelfs. We waren er om te troosten, om te prijzen, om trots toe te kijken hoe flink zij dit elke keer weer opnieuw doet, ondergaat. Like a pro. 

Ze zeggen dat het went… dit.
Ik kijk toe, elke keer. Ik ben aanwezig. Die allereerste keren, zo’n 4,5 jaar geleden, met tranen die stroomden en bleven stromen, zoals die van haar vielen: dik en vol verdriet. Ogen die machteloos toekeken, toen.
Ik heb geen tranen meer, nu. Ik kan er de tranen niet meer voor opbrengen. Mijn huid is taai geworden, het werd zo gekweekt de voorbije jaren. Zelfs geen vierkante centimeter kippenvel meer. Geen kiekevlees, maar olifantenhuid.
Ik troost mezelf elke keer met de gedachte dat ‘Wat moet, dat moet’. Het is de enige manier om op onze ‘weg vooruit’ te blijven. Al is dat dan voor bloedafname nummer ik-ben-de-tel-kwijt, of een nieuwe dosis antistoffen. Dít is de enige manier. Met Emla en een smerige prik.
En het verdriet van vroeger glijdt zó van mijn olifantenvel af.

Ze zeggen dat het went… dit.
Maar weet je.

Dat doet het niet.

EllenMumOf4

* * * * * * * * * * * * * * * * *

Wie denkt dat het loskoppelen dan wel een fluitje van een cent zal zijn… Forget it.
Mevrouw Emla is 11 uur later al lang verdwenen. En die klevers zijn venijnig. En er is dan geen prikkadootje meer als troostprijs. 
Leg dat dan maar eens uit. Aan haar.

0 Comments

Leave a reply

Contacteer ons

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Sending

©2018 powered by Planet Polaris and PolarisCare

or

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

or

Create Account