Het is maandag 21 januari 2019. Blue Monday, zeggen ze. Al is er in werkelijkheid niets ‘blue’ aan: Mevrouw Winterwonderland toverde een laagje rijm op de haagjes in de tuin en de roodoranje gloed tekende de kale bomen zo mooi af in het ochtendgloren. Ondertussen is de lucht helder blauw en warmt de zon onze leefruimte mooi op. ’t Is schoon zo, zo achter ’t glas. Beautiful Monday zou ik er van willen maken.

Het is maandag 21 januari 2019, en Sofia gaat vandaag voor het eerst sinds woensdag 5 september terug naar school. 
En ik ben bang. 
En ik wil dat graag verduidelijken, nuanceren, maar voor u verder leest wil ik ook wel duidelijk stellen dat dit niet gemakkelijk schrijft. Dat ik dit ‘deeltje’, dit onderwerp het voorbije jaar onder de deurmat veegde. Niet dat wij daar niet over konden praten, of dat onze directe nabijheid niet wist wat er speelde; wel omdat we ons gezin beschermden voor het geroddel aan de schoolpoort, of de achterklap onder collega’s. Omdat het traject van het voorbije jaar nu eenmaal een stuk taboe is. Omdat de perceptie van het woord kinderpsychiatrie nu eenmaal beelden voor de geest roept en de ‘mensheid’ maar al te graag een stempel drukt op wie hiermee in contact komt. 
En met deze laatste zin is het hoge woord gevallen. Het woord dat ik de voorbije maanden hield voor face-to-face gesprekken, waar wél ruimte was voor nuancering, voor openheid, voor openhartigheid. En voor liefde. 
Want ja… Ik ben bang voor wat de mensen zullen zeggen.

Ik moet jullie meenemen naar deze periode vorig jaar. Om te beginnen bij het begin. Al is ‘begin’ relatief, want de problemen sleepten al langer aan, maar we moeten gewoon ergens beginnen.
Sofia zit halverwege het eerste kleuter. En ergens begin 2018 bouwen we de ‘rustnamiddagjes’ thuis af en brengen Sofia ook vaker in de namiddag naar school. Tegelijk begint het thuis moeilijker te lopen. (Nu is het gemakkelijk om de link tussen beide te zien, maar toen zagen we dat dus niet. Alles loopt ook zo geleidelijk dat je het niet ‘voelt’.) Al lang vóór dit moment werd ze beschreven als een moeilijk te lezen en moeilijk te voorspellen kind. Een bijzonder meisje.
Maar waar het dus tot voor kort soms wel eens heel moeilijk liep, trok nu onze gezinsbalans helemaal scheef. Elke avond was het hopen dat de boel niet opnieuw zou ontploffen. Waar picto’s tot voor kort voor rust en regelmaat zorgden, bleek ineens ons hele huishouden onderhevig aan de onvoorspelbaarheid van haar gedrag. Ik weet het eerst aan ‘die moeilijke maand januari met al die herinneringen’. Daarna aan ‘een lastige periode op school’. En ook aan ‘ze is wat ziekjes geweest’… Maar na dik 2 maanden “het is een fase” als een mantra in m’n hoofd op te zeggen, was de maat vol. 
Een lang telefonisch consult met de kinderneuroloog, gevolgd door een week vol woede en verdriet omdat je alweer een stapje verder staat van dat ‘gewone leventje’ waar je zo naar verlangt… En aansluitend een nieuw telefoongesprek met de kinderneuroloog waarin we de knoop doorhakten. We zouden Sofia aanmelden in De Korbeel, kinderpsychiatrie, voor diagnosticering en therapie. Wachtlijst 6 maanden, voor ‘infants’. 
Ik zweeg er zo goed als die 6 maanden over. Want ik negeerde een beetje ‘de boel’. Want ik was bang. Bang voor wat komen zou. 

Het werden 6 pittige maanden. Er was ‘genoeg’ om over andere zaken te praten. Er was de Open Brief, en ook de nieuwe inzichten in Leuven die ons op medisch vlak opnieuw aan het wankelen brachten. Er was ook de lange zomervakantie waar ik zo tegenop zag. Want er was veel… En er tegelijk ook té veel om bang naar uit te kijken. 

Woensdag 5 september 2018. Na de intakegesprekken en de kennismaking was het nu dus ‘voor echt’. Ik zou Sofia binnen doen. Laten opnemen. Want zo wordt dat genoemd. 
Ik was bang voor wat ik zou voelen. 
Ik dacht dat het me iets zou doen. Had verwacht dat ik bij het buiten stappen zou overspoeld worden door verdriet. Of iets anders. Maar ik was gevoelloos. het gleed precies van mij af. Ik zocht in mezelf wat dat dééd en wat ik vóelde. Maar ik voelde niets. En dàt maakte me wat bang. Het feit dat mijn verstand het had overgenomen, terwijl ik ‘mijn buikgevoel volgen’ zo belangrijk vind. 
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een zoen of een knuffel gaf die zo zonder liefde zat als die dag.
Het was overleven.

Ik durfde het er in ’t begin ook niet over hebben… Dacht dat ik die zes à acht weken wel kon negeren, dat het snel een bladzijde zou zijn om om te slaan en dan verder te kunnen gaan met ons leven. Met ons gezinsleven. Op school zei ik dat ik er even tussen uit moest. Dat het nodig was. Dat Sofia extra zorg nodig had. Ik deed er wat lacherig over. Ik zou zó weer terug zijn. Aan de vriendjes van de klas werd gezegd dat ze eventjes naar de ziekenhuisschool moest. Op zich was dat allemaal niet gelogen, hè. Maar we draaiden wel rond de pot. Waarom? Was het de blikken van de schoolpoortmama’s? Ook reacties als ‘Maar die van ons doet ook elke avond crisissen, hoor’ of ‘Dat is toch een gewoon kind, die van ons, dat is pas echt erg’ hielpen de situatie niet echt vooruit. Integendeel. 
Ik begon meer en meer met mezelf in de knoop te zitten: doorbreken we het stigma rond kinderpsychiatrie en komen we er mee uit? Of blijven we dit binnenskamers houden? Uiteindelijk koos ík er voor om te schrijven, het van mij af te schrijven. Zonder daarbij in detail te treden over wàt er nu exact gediagnosticeerd is, uit respect voor de toekomst van onze dochter.

Zes à acht weken werden er tien, om opnieuw verlengd te worden naar drie en een halve maand. Uiteindelijk zijn we bijna vijf maanden verder. Het moet altijd eerst slechter worden eer het betert, zegt men wel eens. Zo verliep ook ons traject. Het escaleerde thuis. We liepen elke avond op eieren. Wanneer Sofia nog niet thuis was, was het heerlijk rustig genieten van ons gezin, al is ook dat relatief natuurlijk met nog 3 andere exemplaren in huis.
Pas na enkele maanden werd het beter. Ze toonde nu eenmaal veel veerkracht, en hield langer vol dan gedacht. De rust van de leefgroep deed niet alleen Sofia goed, ze nam die rust ook meer mee naar huis. Het hóefde niet elke avond weer te escaleren, het kón ook wel eens rustig – gewoontjes – zijn.

Het is maandag 21 januari 2019, en Sofia ging vandaag voor het eerst sinds woensdag 5 september terug naar school. 
Progressief. Twee dagen per week.
En ik ben bang. 
Bang om de rust te verliezen waar wij van zijn gaan houden de voorbije weken. Bang om terug in het oude patroon te vervallen, zonder dat zij daar wat aan kan doen. Bang voor nieuw verdriet ook. En bang voor wat de toekomst brengt.
Het is opnieuw een sprong die we moeten wagen om vooruit te geraken op haar pad. Het pad waar wij al bijna 5 jaar lang langs supporteren. Waar zij ook soms de leiding neemt en óns gidst. 
We begeven ons op glad ijs. (En dat kan de komende dagen ook wel letterlijk genomen worden als we Frank en Sabine mogen geloven.) 
En we zijn niet alleen op deze ijsbaan, want samen met ons schaatsen de juf, de zorgjuf en de zorgverleners van De Korbeel mee. En het hoeft geen training voor de Elfstedentocht te worden voor ons, nee… Met een rondje op een bescheiden ijspiste zijn wij ook al dik tevreden.

EllenMumOf4

0 Comments

Leave a reply

Contacteer ons

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Sending

©2019 powered by Planet Polaris and PolarisCare

or

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

or

Create Account