Zowat 3 maanden geleden viel de beslissing om het schooljaar niet te starten. (Meer lezen? September blues…)
Een beslissing die niet evident was om te nemen. Voor het hart dan toch. Ik was vooral bang voor dat zwarte gat dat ik al die tijd angstvallig probeerde te mijden.
En toch, het was mijn verstand die op de rem ging staan. De intense periode met Sofia waar we toen voor stonden (en nog steeds in ploeteren) was een reden om op de rem te gaan staan.
Ik zag met lede ogen toe hoe collega’s zich klaar maakten om te starten. Ik kon het niet laten en ging zelf nog naar àlle traditionele vergaderingen tijdens die laatste week zomervakantie. Ik maakte kennis met de persoon die me zou vervangen, ik belóófde haar zelfs dat ik alle lesmateriaal zou opvolgen, aanpassen, kopiëren,… Ik zou nooit écht ‘afwezig’ zijn en de touwtjes zelf ook in handen houden. Ik ging zelfs die derde september nog naar de klas waar ik samen met een collega titularis van ben. Vol overtuiging dat ik na de herfstvakantie terug zou komen en ik àltijd bereikbaar voor hen zou zijn.

Maar toen begonnen we aan het traject van Sofia… en liet ik los. Liet mijn lijf alles los. Ik zou liegen moest ik beweren dat ik vaak met ‘school’ bezig was. Het flitste door mijn gedachten, ja. Maar altijd in dezelfde zin met ‘het minste van mijn zorgen’ en ‘niet aan de orde nu’.
Ik kreeg de voorbije jaren vaak de waarschuwing van goeie vrienden en dichte collega’s of het niet tijd werd om een stap terug te zetten. Dat het tempo waarin ik aan het zorgmoederen én lesgeven was te hoog was om nog gezond te zijn. Het was alsof iedereen het zag. Behalve ik.
Ik wil nu eenmaal alles goed doen. Thuis. En op school. En ook al droeg ik de leuze “Goed is goed genoeg” hoog in het vaandel, toch had ik al lang geen gevoel meer dat ook dat nog voldoende was. Voor mezelf. Ik was mijn goesting kwijt. Aan enthousiasme geen gebrek (waar ik elke dag de sprankeltjes vond is mij nu een raadsel). Maar de goesting, de zin om elke dag het beste van mezelf te geven – en vooral blijven geven – was ver zoek. En toch bleef ik het doen. Elke dag dat laatste tikkeltje spikkeltje enthousiasme opbrengen en ‘mijn ding doen’. Doen wat ik graag doe. Engels geven. En Woord. Omdat dàt het enige was dat ik nog had naast het mama van vier en zorgmama zijn. En ik hield eraan vast, als was het de spreekwoordelijke laatste strohalm.
Die strohalm liet ik los, eind augustus met het verstand, de eerste week van september ook met het hart. Het was tijd om even niet meer op de toppen van mijn tenen te lopen.

Pas tijdens die eerste week van september kwam er na de onwennigheid van die eerste week rust. Rust.
Rust bij de beslissing die zo moeilijk te nemen was geweest. Het kantelde. Het was de beste beslissing ooit. Het was nodig geweest. Het zou een kwestie van tijd geweest zijn dat ik zou breken. De beslissing kwam er net op tijd. Besef ik nu.
Ik heb zo vaak op m’n tenen gelopen. Zo hard mijn best willen doen om alle ballen in de lucht te houden, die van mama van 4, die van manager thuis, die van leerkracht zijn, die van een goeie vriendin, een aanwezig familielid, echtgenoot, zorgmama,… Ik kon niet blijven jongleren. Ik heb de voorbije jaren veel ballen laten vallen. En ik raapte terug op, terwijl ik bleef jongleren.
Ik weet niet hoe dat telkens gelukt is. Denk ik nu.
Hoe heb ik dat in godsnaam gedaan. Elke dag opnieuw. De moed vinden alle ballen in de lucht te houden en vooral niet te veel stil te staan bij de energie die ik nodig had om dat te blijven doen.

Maar zie. Soms moet je gewoon eens stil staan. En jezelf de tijd gunnen niet telkens opnieuw op die verkrampte tenen te gaan staan. Voluit met beide voeten grond voelen. Dúrven voelen. 
Er zijn dagen dat ik nog steeds moet tenenlopen om de dag of de week door te komen. En ze zijn er nog te veel. Er is nog steeds een gezin dat moet blijven draaien, verbouwingen die van tijd tot tijd nog veel stof doen waaien, en de intense periode met en voor Sofia is ook nog niet van de baan. Dus ik blijf nog even thuis, zoekend naar die grond.
En ik leer opnieuw met mijn volle gewicht leunen, steunen op mijn voeten.

Een collega Woord wist het zo mooi te verwoorden (tjah, dat heb je met leerkrachten Woord hè…):

“… dat dat is wat bedoeld wordt met geluk: met de voeten op de grond kunnen ademen zonder druk.”

Een grote madam, Tine.

Zo… Ik ga nog wat stil staan. Grond voelen. En adem halen.

EllenMumOf4

0 Comments

Leave a reply

Contacteer ons

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Sending

©2018 powered by Planet Polaris and PolarisCare

or

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

or

Create Account