Traditioneel is het hier in de aanloop naar Kerst en Nieuw druk. Heel druk. Waar niet?

We aten chocolade aan honderd per uur.
What the hell was I thinking toen ik chocolade kocht voor Sint… 
Het duurde 5 volle dagen tegen dat de kerstboom er stond én versierd was.
Daarna bleven de lege dozen nog 2 weken doelloos rondslingeren in de living. De kerstkrans kreeg zijn plekje aan onze voordeur pas op KerstDAG zelf, ergens rond 19u35, de volle anderhalve minuut vóór onze gasten aan de deur stonden.
Er zijn de blogberichten die niet geschreven geraken.
Ergens geparkeerd, hier of in mijn hoofd. Van sommigen doet het er zelfs niet meer toe. Ik kan niet gaan bloggen over een tripje naar Pisa 3 maanden later, hé.
Ik vergat de kerstmuts in Oscars boekentas, of de agenda’s op het aanrecht, of de koek voor na de notenleer en tekenschool.
Ik holde met hun agenda’s naar school – om de boel te redden en de oudsten geen ‘oranje bol’ te bezorgen door mijn nalatigheid. Bij de kerstmuts werd ik gered door een sms’je van een mama uit Oscars klas als reminder. En de koek? Wel, ze waren nét níet omgekomen van de honger toen ze na de hobby’s thuis kwamen, dus ça va, hè.
De kerstkaarten lagen al te blinken op m’n bureau half november, maar pas op Kerstavond vond een eerste deel z’n weg richting postbus. 
Aan de andere ‘delen’ wordt duchtig verder gewerkt. Ik ben nog nooit zo ongeorganiseerd aan de kerstkaarttrip begonnen als dit jaar.
Het blijkt een beetje de kroniek te zijn van gans 2018. 

Maar kijk, we zijn ergens tussen Kerst en Nieuw opnieuw de ‘dagen kwijtgespeeld’… 
Wanneer je niet goed weet welke dag het is, en of er überhaupt iets op de planning staat, wanneer je om kwart voor 12 luidop de vraag stelt wat er zal gegeten worden die middag, en wanneer de kinderen dagen naeen in pyjama lopen tot je niet meer om de vlekken heen kunt kijken en het dringend tijd is voor een verse.

Heerlijk vind ik dit. Living the slow life. Écht ont-haasten. Dit jaar ook gezegend met geen dagopname voor Sofia in deze week, geen doktersbezoeken, controles of therapieën. Niets. 
Tot rust komen. Cocoonen. Eindeloos knuffelen met kleine bollemolle Oscar. Over de schouders gluren van Victoria wanneer ze opnieuw iets moois uit haar kleurpotloden schudt. Vanuit mijn plekje in de zetel genieten van Lennard die steeds beter de noten uit zijn gitaar weet te toveren. En stilletjes genieten wanneer Sofia ’s morgens vroeg zich onder onze lakens weet te nestelen en ik haar voetjes opwarm met mijn handen. 
Er moet niks. Er mag van alles. 

Maar wanneer alles ‘mag’, laat ook alles los wat ooit vast zat in je gedachten. En dat is best confronterend. 2018 blijkt een jaar van uitersten te zijn geworden.
Van duizelingwekkende hoogtes en verwarrende dieptes. 
En alles daartussen. 

Nu ben ik van nature niet echt een rustig persoon, en uitschieters horen tot wie ik ben, maar aan de intensiteit van het afgelopen jaar kan mijn hoofd en lijf niet tippen. We hapten meerdere keren naar adem… Die keer dat onze Open Brief de weg naar de media én Maggie De Block vond (nog steeds zonder resultaat, by the way). Of die keer dat ik het Europees Parlement mocht toespreken. Of die keer dat de opbrengst van de Dodentocht ten voordele van kinderen met PID ons allemaal deed dromen van meer erkenning en ondersteuning. 
Maar we hapten ook naar adem wanneer we – nietsvermoedend – nieuwe diagnoses op ons bord kregen. Of wanneer er opnieuw complicaties opdoken. Nieuwe opnames ook, en onverwachte wendingen die ons aan het wankelen brachten. 
We hapten naar adem. En we zuchtten. En we vulden onze longen met lucht. Met zuurstof. Zuurstof tanken, noem ik het. Onze reis naar Frankrijk, als rust-punt in die o zo gevulde grote vakantie. Of ons tussendoortje mét kids naar Pisa, Lucca en Firenze. Onze kleine en grote daguitstapjes, verrassingsnachtjes weg. Voor vaderdag. Of onze eerste échte reis zonder kinderen (sinds we kinderen hebben welteverstaan). Alleen, of met twee. Of met ons zes. Ze waren broodnodig om de stabiliteit terug te vinden tussen die duizelingwekkende hoogtes en verwarrende dieptes. Ze waren de lijm, waarmee de brokken werden hersteld. En waarmee de verbondenheid werd aangehaald. 

En met het vallen van het blad, de laatste dagen van het jaar en de rust in huis is het tijd om te bezinnen. Over wat was, wat is en wat moet komen.
Bezinken ook. Want in de ratrace van de voorbije maanden was amper tijd om stil te staan bij wat er waaide, stormde. 
Laten bezinken. Loslaten wat we zelf niet in de hand hebben. En vasthouden waar wíj ons goed bij voelen. 

Ik heb geen grote dromen voor 2019. Geen grote verwachtingen. 
Ik hoef geen ‘veel beterschap’, want beter wordt het niet. Daar hebben wij ons in 2018 alvast bij neergelegd. (En dat is góed zo. Ik heb daar vrede mee, écht.)
Ik droom wel van stabiliteit. 
Van stabiliteit. En grond. 
Grond onder mijn voeten. Ónze voeten. 
Zodat we – samen – stevig kunnen staan. 

0 Comments

Leave a reply

Contacteer ons

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Sending

©2019 powered by Planet Polaris and PolarisCare

or

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

or

Create Account